Jeugdrecht

Ieder jaar krijgen veel jongeren te maken met het rechtssysteem. Voor jongeren of situaties waar jongeren bij betrokken zijn gelden speciale regels (het jeugdrecht). Het jeugdrecht kent een civielrechtelijk en strafrechtelijk deel.

Civiele jeugdrecht

Als er thuis de nodige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn kunnen kinderen en hun ouders te maken krijgen met het civiele jeugdrecht. Bij dit soort situaties kan de hulpverlening, het openbaar ministerie, de ouders zelf of pleegouders de overheid vragen een kind onder toezicht te stellen (OTS) of uit huis te plaatsen (UHP). In het uiterste geval kan dat een plaatsing in gesloten Jeugdzorg zijn.

Jeugdstrafrecht

Een jongere die in aanraking komt met het strafrecht kan de Halt afdoening krijgen maar ook in het ergste geval jeugddetentie. Voor jeugdige verdachten geldt dan meestal het jeugdstrafrecht. In het jeugdstrafrecht gelden bijzondere regels, voorwaarden en straffen. Zo kan een jongere een leerstraf krijgen zoals een agressie regulatie training of een training sociale vaardigheden.

In sommige situaties krijgt een jongere met beide gebieden, zowel het civiele jeugdrecht als het jeugdstrafrecht, te maken. Zo kan een jongere die een strafbaar feit begaat onder toezicht worden gesteld met een uithuisplaatsing.

Heeft u te maken met (één van) deze situaties en wilt u de juiste stappen zetten en bescherming krijgen van uw rechten? Neem contact op met dit kantoor. Wij kunnen u adviseren en bijstaan in gevallen van:

Onderwerpen op deze pagina:

Niet eens met ondertoezichtstelling (OTS)?

Als uw kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd kan de kinderrechter een OTS uitspreken. Dat gebeurt alleen als bij de rechtbank een OTS-verzoek wordt gedaan. Een OTS-verzoek kan komen van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie maar ook pleegouders of de ouders zelf. Bent u het als ouder niet eens met een OTS, kunt u verweer voeren. Daarbij kunt u de hulp van een advocaat inroepen. De kinderrechter nodigt u uit voor een zitting waar u kunt zeggen wat u van de OTS vindt. Als uw kind 12 jaar of ouder is, vraagt de kinderrechter ook uw kind wat hij of zij ervan vindt. Uw kind wordt meestal apart zonder advocaat gehoord. Is uw kind jonger dan 12 jaar, gebeurt het wel dat de kinderrechter uw kind hoort, maar dat is niet verplicht. Als de kinderrechter uw kind onder toezicht stelt dan krijgt u te maken met een gezinsvoogd van een gecertificeerde instelling. U en uw kind zijn verplicht de hulp van de gezinsvoogd te accepteren.

Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling (OTS)?

De kinderrechter verleent de OTS maximaal voor 1 jaar. De gecertificeerde (jeugdzorg) instelling kan de kinderrechter steeds vragen de OTS te verlengen. Een OTS is mogelijk voor jeugdigen tot 18 jaar. De OTS stopt als de gecertificeerde (jeugdzorg) instelling vindt dat OTS niet langer nodig is, geen verlenging meer vraagt en de raad voor de kinderbescherming het daarmee eens is. Ook als de kinderrechter het (verlengings)verzoek afwijst of op verzoek de OTS beëindigt.

Kan ik vragen om beëindiging van de OTS?

Als de situatie is verbeterd en de problemen niet meer spelen kan aan de kinderrechter gevraagd worden de OTS te beëindigen. Dat verzoek kan worden gedaan door de gecertificeerde (jeugdzorg) instelling, de ouder met gezag en het kind van twaalf jaar of ouder.

Kan mijn kind uit huis worden geplaatst?

De raad voor de kinderbescherming kan de kinderrechter vragen uw kind uit huis te plaatsen. Dit is alleen mogelijk als er al een OTS is of gelijk met een OTS-verzoek. De reden van zo’n verzoek is dat de hulpverlening vindt dat er een bedreigende thuissituatie is of de ontwikkeling van uw kind in gevaar is. Een uithuisplaatsing betekent dat uw kind tijdelijk ergens anders gaat wonen, zoals een pleeggezin of tehuis. De uithuisplaatsing is maximaal 1 jaar. Wel kan de rechter de uithuisplaatsing telkens met 1 jaar verlengen tot uw kind 18 jaar is.

Kan mijn kind ook iets zeggen tijdens de OTS en UHP-zittingen?

Bij OTS en UHP-zittingen krijgen kinderen vanaf 12 jaar een gesprek met de kinderrechter. Hierin kan uw kind vertellen wat hij of zij ervan vindt. Kinderen vanaf 12 jaar en ouder kunnen ook vragen om stopzetting van de OTS/UHP-maatregelen en aanwijzingen van de voogd. Soms vraagt de kinderrechter ook naar de mening van kinderen jonger dan 12 jaar maar dat hoeft niet.

Wat doet de gezinsvoogd?

Een gezinsvoogd is een jeugdbeschermer (medewerker) van een gecertificeerde (jeugdzorg) instelling die door de kinderrechter opgelegde jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uitvoert.
De gezinsvoogd onderhoudt contact met ouders en kind en stelt een hulpverleningsplan op. In dat hulpverleningsplan staat wat er moet gebeuren, welke hulp er nodig is en wat de afspraken zijn om tot verbetering van de opvoedingssituatie te komen. De afspraken gelden zowel voor ouders als kind. Werken ouders of kind niet mee, dan kan de voogd in een brief aangeven wat er moet gebeuren. Zo’n brief heet een aanwijzing. De gezinsvoogd is betrokken bij belangrijke beslissingen over het kind. Ook al hebben de ouders nog steeds het gezag, wel is dat beperkt. Ouders en kind kunnen te maken krijgen met (schriftelijke) aanwijzingen van de voogd die ze moeten opvolgen.

Advocaat inschakelen?

Een onder toezichtstelling (OTS) is een ingrijpende maateregel. Het is een ernstige inbreuk op de privacy. Helaas kan een ondertoezichtstelling (OTS) niet altijd voorkomen worden. Het is belangrijk dat de kinderrechter op een zitting zo goed mogelijk wordt geïnformeerd over alle belangrijke feiten. Ook kan de kinderrechter worden gevraagd om een tegenonderzoek (het recht op contra-expertise). Wel beoordeelt de kinderrechter of zo’n onderzoek bijdraagt aan het nemen van een goede beslissing. Wilt u zich laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat dan kunt u terecht bij dit kantoor. Dat kan ook pro deo of met een rechtsbijstandverzekering. Bent u het niet eens met de beslissing van de rechter dan kunt u met een advocaat binnen 3 maanden hoger beroep instellen.

Is bij de rechter een uithuisplaatsing (UHP) aangevraagd? Dan kunt u een verweerschrift indienen. Dat geldt ook bij een OTS-verzoek. Een verweerschrift is een brief waarin u aangeeft waarom u het niet eens bent met de uithuisplaatsing van uw kind. De rechtbank stuurt u een oproep voor de rechtszitting over de uithuisplaatsing. Tijdens de zitting mag u aangeven wat u van de uithuisplaatsing vindt. De zitting is niet openbaar.

Bent u het niet eens met een schriftelijke aanwijzing? Of zijn er gewijzigde omstandigheden waardoor de OTS en/of UHP moet worden beëindigd? Ook dan kunt u terecht bij dit kantoor.

Voor wie geldt het jeugdstrafrecht?

Het jeugdstrafrecht is van toepassing op jongeren die op het moment van het plegen van het delict tussen 12 en 18 jaar zijn. Kinderen die ten tijde van het plegen van het strafbare feit onder de 12 jaar zijn kunnen niet worden vervolgd. De ouders zijn dan verantwoordelijk.
Voor de jongeren in de leeftijdscategorie 16 tot 18 jaar is het jeugdstrafrecht ook van toepassing maar op grond van de ernst van het feit en/of de persoon van de dader en/of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, kan het meerderjarigenstrafrecht worden toegepast.
Voor jongeren tussen 18 en 23 jaar kan het jeugdstrafrecht gelden. Het jeugdstrafrecht kan van toepassing zijn maar dat hangt af van de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

Welke straffen en maatregelen kent het jeugdstrafrecht?

Het jeugdstrafrecht is op veel belangrijke punten anders dan het volwassenenstrafrecht. Niet alleen zijn de taakstraffen en maatregelen anders, maar er zijn ook leerstraffen gericht op het aan- of afleren van bepaald gedrag.

Hoofdstraffen

Overtredingen: geldboete of taakstraf.
Misdrijven: geldboete, taakstraf of Jeugddetentie.

Jeugddetentie kan voor 12 maanden worden opgelegd als iemand jonger is dan 16 jaar. Is iemand ouder dan 16 jaar dan kan de duur van jeugddetentie 24 maanden zijn. Het jeugdstrafrecht kent geen voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Taakstraffen en leerstraffen

Een jongere kan volgens het jeugdstrafrecht detentie opgelegd krijgen maar ook taakstraffen en leerstraffen. Dat kan zijn:

Een werkstraf voor maximaal 200 uur.
Een leerproject van maximaal 200 uur.
Een combinatie van een werk- en leerstraf voor maximaal 240 uur.

Alleen een taakstraf niet altijd mogelijk

Geldt voor een feit een strafbedreiging van zes jaar of meer dan kan niet alleen een taakstraf worden opgelegd. Dat geldt ook voor feiten die een ernstige inbreuk op de integriteit van het slachtoffer tot gevolg hebben gehad en zedenmisdrijven. Een taakstraf kan worden opgelegd in combinatie met een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Leerstraffen

Leerstraffen bestaan uit het aanleren en vergroten van sociale en cognitieve vaardigheden of het vergroten van inzicht in risicovol middelengebruik. Als een jongere een leerstraf krijgt dan wordt de tijd van voorlopige hechtenis afgetrokken: het gaat dan om per dag twee uur.

Bijkomende straffen

De jongere kan naast een straf of maatregel te maken krijgen met verbeurdverklaring als bijkomende straf. Een andere bijkomende straf is bijvoorbeeld ontzegging van de rijbevoegdheid.

Maatregelen

  • plaatsing in een jeugdinrichting (PIJ-maatregel)
  • gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM)
  • vrijheidsbenemende maatregel (VBM)
  • onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen goederen
  • ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
  • schadevergoedingsmaatregel.

PIJ-maatregel

Bij een zeer ernstig delict kan een jongere te maken krijgen met de PIJ-maatregel (Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen).  Dat betekent plaatsing in een justitiële jeugdinrichting of ‘elders’ (bijvoorbeeld een TBS-kliniek voor meerderjarigen). Het doel is dat de jongere een intensieve behandeling en begeleiding krijgt ter voorkoming van herhaling van het misdrijf.
De PIJ-maatregel kan ook voorwaardelijk worden opgelegd.

Gedrags(beïnvloedende) maatregel

De gedragsmaatregel (GM) of gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) is bedoeld voor minder ernstige delicten. Het gaat vaak om veelplegers of mogelijke veelplegers maar een first offender met bepaalde gedragsproblemen kan hier ook mee te maken krijgen. De gedragsmaatregel duurt minimaal 6 en maximaal 12 maanden. De maatregel kan maximaal voor dezelfde periode worden verlengd.

Vrijheidsbenemende maatregel

Deze maatregelen kunnen worden opgelegd met vervangende jeugddetentie als niet aan de opgelegde maatregel wordt voldaan. Voorbeelden:

  • Straatverbod
  • contactverbod
  • gebiedsverbod
  • meldplicht

Nachtdetentie

Bij nachtdetentie gaat iemand overdag gewoon naar school en is ’s avonds, ’s nachts en in het weekend in een justitiële jeugdinrichting. Nachtdetentie is een vorm van voorlopige hechtenis waarbij iemand zijn school/opleiding kan blijven volgen.

Wat is HALT?

Op het politiebureau kunt u een voorstel krijgen om aan HALT mee te doen. Deelname is niet verplicht. De ouders moeten wel toestemming geven.

HALT staat voor Het Alternatief. Iemand krijgt een HALT-afdoening bij een licht vergrijp. De bedoeling van HALT is dat de jongere zijn of haar gedrag kan rechtzetten zonder verstrekkende gevolgen en dat er recht gedaan wordt aan de slachtoffers. Met een HALT-straf krijgt iemand geen justitiële aantekening en heeft geen problemen met het krijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

Wat kan ik bij een HALT-afdoening verwachten?

Bij een HALT-afdoening moet u denken aan het oefenen in het aanbieden van excuses en het daadwerkelijk aanbieden ervan aan het slachtoffer, het vergoeden van de schade en het doen van een leer- of werkopdracht. Een HALT-afdoening duurt maximaal 20 uur. Er is een HALT-plus variant die langer duurt dan 20 uur.

Wie worden doorverwezen naar HALT?

Jongeren die voor de eerste maal een strafbaar feit (misdrijf) begaan, duidelijk schuldig zijn en een volledige bekentenis afleggen en het bewijs hiervoor aanwezig is (iemand is bijvoorbeeld op heterdaad betrapt) kunnen deelnemen aan een HALT-project. Wordt hier niet aan voldaan dan moet de officier van justitie toestemming geven voor doorverwijzing naar HALT.

Wat kun je als ouder(s) inbrengen tegen onjuiste rapporten van Jeugdzorginstanties?

Bij uithuisplaatsingen is een veel gehoorde klacht van de ouder(s) dat rapportages van Jeugdzorginstanties geen goed beeld van de werkelijkheid geven. Het gebeurt wel dat kinderen uithuisgeplaatst worden op basis van een onderzoek waar de ouder(s) en de kinderen zich niet in terug herkennen. Er wordt niet gekeken naar de waarheid zo luidt de klacht. Het gebeurt regelmatig dat naar het doel van uithuisplaatsing wordt toe geredeneerd. Wat kun je als ouder inbrengen tegen een onderzoek van een Jeugdzorginstantie dat de rechter meeneemt in zijn beslissing? Bestaat zoiets als recht op een onafhankelijk onderzoek?

Het is inderdaad mogelijk om als ouder te verzoeken om contra expertise op grond van artikel 810a lid 2 Rv.

De rechter maakt dan een afweging en bekijkt onder meer of het belang van de kinderen zich niet tegen toewijzing van het verzoek verzet. Bij toewijzing van zo’n verzoek kan de rechter een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de kosten vragen.