Sociaal zekerheidsrecht

Bij het sociale zekerheidsstelsel gaat het om inkomen en/of verzorging tijdens ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en pensioen. Het sociale zekerheidsrecht speelt ook een belangrijke rol in het arbeidsrecht, bijvoorbeeld bij ontslag of langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid. Bij de aanvraag van een WIA-uitkering bijvoorbeeld beoordeelt het UWV de re-integratie inspanningen en kan een loonsanctie van een jaar loondoorbetaling opleggen.

U kunt bij dit kantoor terecht met vragen en advies over:

  • ziektewet (ZW), Werkloosheidswet (WW), Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jonggehandicapten (Wajong). Ook WMO en Jeugdwet (pgb’s).

Denk ook aan advies over de gevolgen voor sociale zekerheidsrechten bij:

  • beëindiging van een dienstverband
  • ontslagvergoeding
  • sociale plannen
  • bijstand in bezwaar- en beroepsprocedures

De overheid is al enige tijd bezig om de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het sociale zekerheidsstelsel te verleggen naar werkgevers. Werkgevers en werknemers krijgen daardoor steeds vaker te maken met het sociaal zekerheidsrecht. Niet alleen is de wet- en regelgeving ingewikkeld. Ook is het sociaal zekerheidsstelsel lastig omdat zoveel verschillende instanties belast zijn met het uitvoeren van de regels. Bij langdurige ziekte is het belangrijk om de procedurele kant van het verhaal goed en volledig te doorlopen. Tijdens de uitkeringssituatie gelden er strakke regels, bijvoorbeeld als u bezwaar wilt maken tegen een beslissing over een WIA-uitkering.

Bij een juridisch procedure krijgt u eerst een advies over uw kans van slagen. Na inschatting van uw kans van slagen bepalen we een gezamenlijke strategie.

Hierna kunt u meer lezen over onderwerpen die specifiek in het sociaal zekerheidsrecht spelen.

Onderwerpen op deze pagina:

Heb ik wel recht op WW als ik akkoord ga met een vaststellingsovereenkomst?

Na het aangaan van een vaststellingsovereenkomst kunt u als werknemer een WW-uitkering krijgen. Waar kijkt het UWV naar? Waar moet het ontslag/de vaststellingsovereenkomst aan voldoen?

  • Er geldt geen dringende reden voor ontslag (u bent niet schuldig aan uw ontslag)
  • Uw werkgever wil het dienstverband met u beëindigen
  • In de vaststellingsovereenkomst is de opzegtermijn meegenomen
  • U kunt laten zien dat u meteen actief op zoek bent gegaan naar ander werk

Let op bij een arbeidscontract voor bepaalde tijd

Bij een contract voor bepaalde tijd heeft u in beginsel pas recht op WW na afloop van dit contract. Bijvoorbeeld bij een arbeidscontract voor een jaar, waarbij u na 2 maanden het contract met een vaststellingsovereenkomst beëindigt, heeft u pas recht op WW als het jaar verstreken is. Dat is anders als in het contract of in de toepasselijke cao staat dat het arbeidscontract tussentijds beëindigd kan worden. U kunt dan nadat de opzegtermijn voorbij is, WW krijgen.
Bij een arbeidscontract voor onbepaalde tijd, kunt u WW krijgen nadat de opzegtermijn voorbij is.

Let op dat de (juiste) opzegtermijn meegenomen wordt

Is bij de vaststellingsovereenkomst geen rekening gehouden met de opzegtermijn of is er een te korte opzegtermijn genomen? U krijgt dan nog niet meteen een WW uitkering. Het UWV gaat namelijk uit van de geldende opzegtermijn.

Bij een beëindigingsvoorstel van uw werkgever is het altijd verstandig juridisch advies in te winnen.

Hoe kun je voorkomen dat je als Werkgever - eigen risicodrager WW ondanks afspraken in een beëindigingsregeling toch met toekenning WW-uitkering te maken krijgt?

Het gebeurt regelmatig dat een werkgever – eigenrisicodrager WW met een werknemer afspraken maakt over de beëindiging van het dienstverband, met als voorwaarde dat de werknemer geen aanspraak maakt op een WW-uitkering. Daar staat tegenover dat de werkgever een ontslagvergoeding betaalt, en er zeker van wil zijn dat de werknemer niet ook nog een WW-uitkering aanvraagt met alle bijkomende kosten. Vaak wordt dan de afspraak gemaakt dat de werknemer zelf ontslag neemt. De gedachte daarbij is dat hij dan geen aanspraak kan maken op een WW-uitkering, vanwege de toepasselijkheid van art. 24 lid 2 onder b WW, de zogenaamde b-grond.

Herhaaldelijk blijkt in de praktijk zo’n afspraak de werkgever weinig zekerheid te geven. Namelijk is niet duidelijk of een werknemer die ontslag neemt – zoals bij een reorganisatie – verwijtbaar werkloos wordt?

Draagt het ontslag bij aan een door de werkgever voor ogen staande vermindering van het personeelsbestand, dan kan het UWV toch besluiten dat zo’n ontslag op initiatief van de werkgever tot stand is gekomen. Dus geen verwijtbare werkloosheid. Bezwaar en beroep van de werkgever tegen toekenning van die WW-uitkering heeft dan mogelijk weinig kans van slagen.

Alternatieve opties voor werkgever

Een werkgever-eigenrisicodrager WW kan bezwaar en beroep instellen tegen de toekenning van de WW-uitkering. De werkgever kan ook in een civiele procedure de werknemer aanspreken op wanprestatie omdat hij zijn contractuele afspraken niet nakomt en vorderen dat werknemer zijn WW-aanvraag intrekt op straffe van een dwangsom. De al verstrekte WW-uitkering heeft de werkgever schade veroorzaakt en kan in deze procedure als schade gevorderd worden.
Ook kan werkgever in de afspraken opnemen dat werknemer geen WW-uitkering zal aanvragen en als hij dat wel doet, de werkgever de kosten daarvan in mindering brengt op de ontslagvergoeding. Is de ontslagvergoeding nog niet betaald, dan kan meteen worden verrekend. Is al wel betaald, is eenvoudig vast te stellen dat (een deel van) de vergoeding onverschuldigd is betaald.

Wat zijn mijn rechten bij een huisbezoek door de gemeente?

Een huisbezoek is de meest vergaande vorm van controle door de gemeente en levert een inbreuk op iemand zijn privacy op. De gemeente moet daar dus wel een goede reden voor hebben. Niet bijvoorbeeld het alleen maar controleren van bankafschriften. Want dat kan ook op een andere minder ingrijpende manier.
Een huisbezoek gebeurt in de gemeente Groningen door minimaal 2 personen van de gemeente die zich legitimeren en het doel van het huisbezoek aangeven. Zonder toestemming kunnen de personen niet binnenkomen. Let op dat toestemming weigeren consequenties kan hebben voor uw uitkering.
Een dergelijk onderzoek moet zich beperken tot datgene wat noodzakelijk is voor het vaststellen van het recht op uitkering en mag niet ontaarden in een huiszoeking.
Van het huisbezoek wordt een rapport opgemaakt, waaruit ook blijkt wat de reden van het huisbezoek was. Met dit rapport kunt u controleren of de regels zijn nageleefd.

Vooral problemen bij onaangekondigde huisbezoeken

Huisbezoeken gebeuren zowel aangekondigd als niet aangekondigd. Bij een aangekondigd huisbezoek moet u denken aan situaties waarbij het noodzakelijk is dat iemand van de gemeente bij u langs komt bijvoorbeeld omdat u een voorziening heeft aangevraagd. Dan komen mensen van de gemeente langs om de situatie te bekijken.

Hier gaat het om de onaangekondigde huisbezoeken. Deze huisbezoeken zijn erg ingrijpend en leiden vaak tot problemen met de uitkering.

Waar moet u bij een onaangekondigd huisbezoek aan denken?

  • Ineens staan er mensen van de gemeente voor uw voordeur en vragen u om toestemming voor het doen van een huisbezoek.
  • U heeft bij de gemeente een gesprek over uw thuissituatie en krijgt ter plekke te horen dat er diezelfde dag een huisbezoek bij u wordt gedaan. Dat lijkt op een aangekondigd huisbezoek. Doordat het huisbezoek zo snel plaatsvindt, kunt u zich niet voorbereiden, en is het toch als het ware een onaangekondigd huisbezoek.

Wanneer kunt u een onaangekondigd huisbezoek verwachten?

  • Bij aanwijzingen dat u niet woont op het opgegeven adres
  • Bij aanwijzingen dat u mogelijk samenwoont (een gezamenlijke huishouding met een ander heeft)
  • Bij aanwijzingen dat u (zwart) werkt

Wanneer is er geen goede reden voor een huisbezoek?

De gemeente moet aan u de reden kunnen uitleggen waarom een huisbezoek wordt gedaan en dat er geen andere manier is om zaken te controleren. Bijvoorbeeld zijn anonieme tips of vage vermoedens geen goede reden voor een huisbezoek.

Waarom toestemming nodig bij een huisbezoek?

De gemeente doet geen huisbezoek tegen uw wil. De gemeente zou dan uw huisrecht schenden. Als u toestemming geeft is er geen sprake van inbreuk op uw huisrecht. Dus vraagt de gemeente uw toestemming.

Waar moet de gemeente verder aan voldoen?

Naast het hebben van een goede reden moet de gemeente u ook volledige en juiste informatie geven. Dat heet ‘informed consent’. Dat betekent dat de gemeente niet zomaar zonder een duidelijke reden of zonder zich geldig te legitimeren bij u op de stoep kan staan.
Als u dan onder druk toch toestemming geeft en de medewerkers van de gemeente binnenlaat, dan heeft u dat gedaan zonder ‘ informed consent’. De informatie die de gemeente dan krijgt door dat huisbezoek mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt.

Waar moet nog meer aan worden voldaan?

  • Medewerkers van de gemeente moeten zich meteen bij de voordeur of voor het betreden van de woning legitimeren
  • Medewerkers moeten u informeren over het doel van het huisbezoek
  • Zij moeten uw toestemming krijgen voordat zij uw woning binnengaan
  • Zij moeten u informeren over de gevolgen voor uw uitkering, bij niet meewerken aan het huisbezoek.
  • Zij moeten na het huisbezoek een rapport opstellen waaruit duidelijk wordt wat de reden was van het huisbezoek en of de regels zijn nageleefd.

Wat gebeurt er als u een huisbezoek weigert?

Ondanks dat u een huisrecht heeft is het niet verstandig een huisbezoek zomaar te weigeren. De gemeente kan dan uw uitkering beëindigen. Natuurlijk kan er een uitzonderlijke dringende situatie zijn op het moment van het huisbezoek. Meestal is dat niet zo. U neemt dan een groot risico als u een huisbezoek weigert.

Wat kunt u doen als de regels bij een huisbezoek niet goed zijn nageleefd?

Als de gemeente de regels rond huisbezoeken niet goed naleeft dan mag het aangetroffen  bewijs niet tegen u worden gebruikt bij de beslissing over uw uitkering. Zorg ervoor dat u zich op tijd juridisch laat adviseren. Maak tegen een besluit van de gemeente over beëindiging van uw uitkering op tijd bezwaar. Let op de termijn van 6 weken voor het maken van bezwaar.
Verder kunt u ook denken aan het indienen van een klacht tegen de medewerkers van de gemeente. Ook is het mogelijk dat u recht heeft op een (kleine) schadevergoeding. Denk dan aan een bedrag van 200 euro.

Wat doet u als uw bijstandsuitkering wordt stopgezet?

De gemeente kan uw uitkering stopzetten. Bijvoorbeeld als uw hoofdverblijf niet duidelijk is of de gemeente vindt dat u uw informatieplicht niet nagekomen bent. Vraag in dat geval zo snel mogelijk een nieuwe uitkering en een voorschot op uw uitkering aan. Vaak krijgt u veel formulieren en meerdere besluiten. Let op dat u tegen het juiste besluit op tijd bezwaar maakt. Zoek zo snel mogelijk rechtshulp. Voor de kosten rechtshulp heeft u aanspraak op bijzondere bijstand. U betaalt dus geen advocaatkosten.

Zijn er nadelen aan keuze eigen invulling maatwerkvoorziening PGB?

Voordat u als PGB-houder met de besteding van uw PGB afwijkt van het ondersteuningsplan van de gemeente is het raadzaam de voor- en nadelen goed tegen elkaar af te wegen.
Als u aangewezen bent op een individuele voorziening heeft u de keuze de voorziening in natura te ontvangen of van een hiermee vergelijkbaar PGB.
Het PGB hoeft niet uitsluitend aan de geïndiceerde voorziening te worden besteed. U kunt het PGB naar eigen keuze besteden voor het specifieke doel of de betreffende activiteit.
Daarbij geldt wel dat een risico aan deze keuzevrijheid zit. Bijvoorbeeld als het PGB door extra kosten binnen de looptijd volledig is besteed, dan komt dat voor uw eigen rekening en risico. De gemeente is niet verplicht om u binnen de looptijd opnieuw een PGB te verlenen.
Bijvoorbeeld u ontvangt een PGB voor een scootmobiel en u gebruikt het PGB voor de aanschaf en bijkomende kosten van een (tweedehands) 45 km auto. Het PGB heeft een looptijd van 7 jaar. Het kan voorkomen dat de 45 km auto onbruikbaar is geworden en u geen vervoersvoorziening heeft, terwijl u daarop wél bent aangewezen. Ook dat wordt gezien als gevolg van de gemaakte keuze. U krijgt dus niet alsnog een nieuw PGB.
Dit heeft te maken met het uitgangspunt van de WMO dat alleen aanspraak bestaat op de goedkoopste adequate voorziening. Extra kosten die voortkomen uit de gemaakte eigen keuze passen daar niet in.

Keuzevrijheid bij PGB Jeugdwet?

Bij toekenning van een jeugdhulpvoorziening kan de gemeente de zorg in natura aanbieden (bij een gecontracteerde aanbieder) of via een persoonsgebonden budget (PGB) zodat iemand de hulp zelf inkoopt. Het komt wel voor dat gemeenten aanvragen voor een PGB jeugdhulpvoorziening afwijzen met als reden dat gebruik kan worden gemaakt van zorg in natura. In recente rechtspraak is gebleken dat de keuzevrijheid van ouders vergaand is en de gemeente de PGB niet zo eenvoudig kan afwijzen. Als een jeugdhulpvoorziening nodig is en de jeugdige of zijn ouders kunnen motiveren dat de individuele voorziening in natura niet passend is dan hebben zij aanspraak op een PGB.

Hoe ver gaat de motiveringsplicht?

Belangrijk is dat de jeugdige of de ouders kunnen aangeven dat de individuele voorziening niet passend is. Het gaat er daarbij niet om of de aangeboden individuele voorziening wel of niet passend is. Het komt erop neer dat de jeugdige of de ouders zich op de zorg in natura hebben georiënteerd (de individuele voorziening van de gemeente hebben onderzocht en overdacht). Als dat zo is, dan kan de gemeente een PGB moeilijk weigeren.

Krijgt u een beslissing over uw PGB en bent u het daarmee niet eens?

Laat u zich juridisch adviseren. Denk daarbij aan het maken van bezwaar binnen een termijn van 6 weken.

Wanneer bent u volgens de WIA arbeidsongeschikt?

Bij ongeschiktheid tot werken gaat het UWV uit van “het op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten niet kunnen of mogen verrichten van de in aanmerking komende arbeid” .

Dit betekent concreet dat het UWV alleen met medisch wetenschappelijk erkende aandoeningen rekening houdt.

Wat doet de verzekeringsarts?
De verzekeringsarts van het UWV bekijkt of uw klachten te maken hebben met een erkende aandoening of ziekte. Verder stelt hij vast welke beperkingen dat opleveren. Deze beperkingen verwerkt hij in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Heeft u klachten die wetenschappelijk niet als ziekte of aandoening worden erkend, dan leveren deze klachten in principe geen arbeidsongeschiktheid op. Soms neemt de verzekeringsarts toch beperkingen aan als hij de klachten wel aannemelijk vindt. Vaak leidt dat dan niet tot een arbeidsongeschiktheidspercentage hoger dan 35%, zo komt iemand dan niet voor een WIA uitkering in aanmerking.

Wat is een FML?
Een FML is een lijst waarop de verzekeringsarts aangeeft wat u nog wel en niet meer kan. Ook geeft hij op de lijst aan of hij vindt dat die situatie duurzaam (blijvend) is. Op de FML staan zes onderdelen:

  • persoonlijk functioneren
  • sociaal functioneren
  • werkplek
  • bewegen
  • statische houdingen

Wat doet de arbeidsdeskundige?
De arbeidsdeskundige bekijkt daarna welk werk u theoretisch nog kan doen en hoeveel u daarmee kunt verdienen. Het werk dat u nog kunt doen wordt gekoppeld aan functies. In een database met beroepen (het Claimbeoordelingssysteem, CBBS) bekijkt de arbeidsdeskundige welke functies u met uw beperkingen nog kunt doen. Het UWV houdt er geen rekening mee of u dat werk ook werkelijk kunt vinden. Daarom is het ook een theoretische beoordeling. Lukt het niet om drie functies te vinden, dan bent u volledig arbeidsongeschikt. Bij meer dan drie functies, neemt de arbeidsdeskundige de functies met de hoogste loonwaarde.

Hoe berekent het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage?
Meer lichamelijke of psychische beperkingen betekent niet automatisch een hoger arbeidspercentage. De WIA gaat uit van inkomensverlies. Hoe groter het inkomensverlies, hoe hoger het arbeidsongeschiktheidspercentage, en hoe eerder iemand in de WIA komt. Dat houdt inderdaad in dat mensen met een hoger inkomen eerder een WIA uitkering krijgen.

Wat zijn mogelijke gevolgen van een herbeoordeling WGA loongerelateerde uitkering?

Stel u heeft een WGA loongerelateerde uitkering op grond van 100% arbeidsongeschiktheid die binnenkort afloopt en u krijgt voor de einddatum een herbeoordeling.

Welke uitkomsten zijn bij een herbeoordeling denkbaar?

Globaal gaat het om vier mogelijke uitkomsten:

  • IVA-uitkering
  • 80-100%
  • 35-80%
  • Minder dan 35%

Een IVA-uitkering krijgt u alleen als u volledig én duurzaam arbeidsongeschikt bent. Dat is niet snel het geval. De verzekeringsarts moet dan vinden dat u geen of weinig kans op herstel van uw belastbaarheid heeft. Wanneer mogelijk wel IVA? Denk aan een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Zijn er nog wel behandelmogelijkheden, dan is de vraag wat het doel van de behandeling is en of verbetering van de belastbaarheid te verwachten is? Bijvoorbeeld een behandeling alleen gericht op verbetering van de levenskwaliteit of levensverlenging leidt niet tot verbetering van uw belastbaarheid. U zou dan mogelijk wel in aanmerking komen voor een IVA uitkering.

Blijft u 80-100% arbeidsongeschikt, dan verandert uw WIA-uitkering niet.
Wordt u 35-80% arbeidsongeschikt verklaard, dan geldt voor u een uitlooptermijn van vierentwintig maanden. Vierentwintig maanden na de beslissing ontvangt u dan een lagere uitkering. U krijgt dan ook te maken met een vastgestelde restverdiencapaciteit.  De restverdiencapaciteit is het bedrag dat u met uw beperkingen theoretisch nog kunt verdienen. Bij het vaststellen van de restverdiencapaciteit gaat de arbeidsdeskundige uit van de middelste loonwaarde van de drie geduide functies. Dit bedrag vergelijkt hij met uw maatmanloon (uw oude inkomen). Het verschil bepaalt uw arbeidsongeschiktheidspercentage. De restverdiencapaciteit speelt een rol bij de hoogte van uw uitkering.
Wordt u <35% arbeidsongeschikt verklaard, eindigt uw uitkering twee maanden en één dag na die beslissing.

Kan ik werken met een IVA-uitkering?

Met een IVA kunt u nog wel werken en zonder problemen bijverdienen tot 20% van het vroegere inkomen. Let op, blijf met de bijverdiensten aan de voorzichtige kant want als u met een IVA-uitkering meer dan 20% van het vroegere inkomen verdient, dan voldoet u feitelijk niet meer aan de definitie van volledige arbeidsongeschiktheid.  In zo’n geval wordt de IVA-uitkering in eerste instantie gekort met 70% van het inkomen in een betreffende maand (een lagere korting als het inkomen boven het maximumdagloon lag). Heeft u na een jaar nog steeds inkomen dat hoger is dan het 20% loonverschil, dan krijgt u een nieuwe beoordeling. Uw IVA-uitkering wordt in beginsel beëindigd. U bent dan mogelijk gedeeltelijk arbeidsgeschikt en krijgt nog een WGA-uitkering. Er geldt een uitzondering voor mensen met een IVA-uitkering die Wsw-arbeid doen. Voor hen heeft het bijverdienen geen gevolgen voor de IVA-uitkering.

Bent u het niet eens met de beslissing over uw WIA uitkering?

Laat u juridisch adviseren over de goede en kwade kansen in een bezwaarprocedure en let op de bezwaartermijn van 6 weken.

Hoe krijg ik mogelijk toch nog een Wajong-uitkering?

De Wajong is vanaf 2010 alleen nog voor mensen die voor hun 18e een chronische ziekte of beperking hebben en duurzaam geen arbeidsvermogen kunnen ontwikkelen. Duurzaam geen arbeidsvermogen kunnen ontwikkelen betekent nooit kunnen werken. Niet veel mensen voldoen hieraan ook al hebben ze heel veel beperkingen.
Mensen die vroeger een Wajong uitkering kregen, krijgen nu vaak bijstand en hebben te maken met de Participatiewet. Ook voor hen geldt de arbeidsinschakeling. De arbeidsinschakeling geldt niet voor iemand die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.
Jongeren met een chronische ziekte of beperking die nog kan verergeren kunnen het beste rond hun 18e een Wajong aanvraag doen. Misschien hebben zij rond hun 18e nog wel arbeidsvermogen, maar als de situatie binnen 5 jaar heel erg verslechtert en ze niet meer kunnen meer werken, krijgen ze mogelijk alsnog Wajong.
Ook jongeren die tijdelijk niet kunnen werken, doen er verstandig aan een Wajong aanvraag te doen, als de kans groot is dat die situatie blijvend kan worden. Als er 10 jaar geen arbeidsvermogen is, dan is de situatie duurzaam en kan iemand alsnog Wajong krijgen.
Heeft u vragen over de Wajong? U kunt altijd bellen voor een gratis advies.

Hoe te handelen bij een boete?

Sinds 2013 geldt de Fraudewet. De bedoeling van deze wet is hoge boetes voor fraudegedrag van calculerende burgers. De boete wordt opgelegd bij schending van de inlichtingenplicht. Wat valt onder de inlichtingenplicht? Alles wat relevant is voor uw recht op uitkering moet u zelf melden. Uitkeringsinstanties zijn bij schending van de inlichtingenplicht dan verplicht de uitkering te herzien, de uitkering terug te vorderen en een boete op te leggen.

De boete kan maximaal net zo hoog zijn als het bedrag aan ten onrechte ontvangen uitkering. Bij herhaling (recidive) is de boete maximaal anderhalf keer dat bedrag. Sinds correctie vanuit de rechtspraak (2014) en wetswijziging in 2017 krijgt iemand alleen nog 100% boete bij opzet (willens en wetens) verder 75% bij grove schuld en in overige gevallen 50%. Is er verminderde verwijtbaarheid dan 25%. Bij opzet is de boete maximaal 83.000 euro (gekoppeld aan het strafrecht). Bij het vaststellen van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met mate van verwijtbaarheid en iemand zijn omstandigheden en draagkracht.

In 2016 heeft de rechter in een aantal uitspraken de criteria voor de hoogte van de boete verder aangescherpt. Bij het vaststellen van de boete moet naar iemand zijn draagkracht gekeken worden en moet de boete binnen een redelijke termijn kunnen worden terugbetaald. Bij gewone verwijtbaarheid is dat 12 maanden. (Draagkracht is inkomen min beslagvrije voet.)

Let op: als een uitkeringsinstantie het voornemen heeft u een boete op te leggen, geef altijd informatie over uw draagkracht. Doet u dat namelijk niet dan kan de beslagvrije voet niet worden vastgesteld en hoeft daar geen rekening mee te worden gehouden. Bedenk ook of u een betalingsregeling wilt afspreken, want dan ligt dat vast. Kunt u de regeling ook werkelijk nakomen? Is de uitkeringsinstantie door uw handelen benadeeld? Zo nee, dan kan in plaats van een boete een waarschuwing worden gegeven. Denk aan het maken van bezwaar binnen 6 weken.
Krijgt u een boete dan is het verstandig juridisch advies in te winnen.